
In het Brandwondencentrum van het Antwerpse ZAS Cadix worden dagelijks patiënten verzorgd van alle leeftijden: van pasgeborenen tot hoogbejaarden. Soms verblijft er wekenlang geen enkel kind, maar dan is het plots alle hens aan dek met meerdere jonge patiëntjes tegelijk, vaak voor langere tijd. Precies op die momenten komen de Cliniclowns in beeld. Psychologen Sarah Schramme en Leen Braem vertellen over de samenwerking van het Brandwondencentrum Cadix met onze vzw.
‘Veel kinderen worden bij ons ambulant verzorgd en mogen snel weer naar huis’, vertellen psychologen Sarah en Leen. ‘Maar soms is de zorg te ingewikkeld of de pijn te erg, waardoor een langere opname nodig is. Dan contacteren we vrijwel altijd de Cliniclowns. Gelukkig kunnen zij heel kort op de bal spelen en zijn ze enorm flexibel. We vinden altijd wel een clown die kan langskomen.
De zorgmomenten bij brandwondenpatiënten zijn intens: verbanden vernieuwen, wassen, nieuwe zalf aanbrengen … het zijn verplichte, dagelijkse handelingen die vaak erg pijnlijk zijn. Voor kinderen gaat dit vaak samen met veel angst en stress. Daarom plannen we een bezoek van de Cliniclowns bewust in de namiddag, ná de medische verzorgingen en in hun eigen kamer. Zo weten de kinderen: dit moment is veilig, hier komt geen pijn aan te pas.’

Teken van herkenning
Zelfs bij kinderen met wie contact maken bijna onmogelijk lijkt, hebben Sarah en Leen al bijzonder mooie dingen zien gebeuren dankzij de Cliniclowns. Zo herinneren ze zich een kleutertje dat ontzettend bang was. ‘Ze zat dicht tegen mama aangekropen in de verste hoek van de ziekenhuiskamer en begon meteen te gillen zodra de clowns binnenkwamen. Toch bleef ze nieuwsgierig: telkens de Cliniclowns aanstalten maakten om te vertrekken, werd ze boos omdat ze weggingen. Uiteindelijk speelden de clowns gewoon vanuit de deuropening, op een veilige afstand. Een week later mochten ze wél haar kamer binnen, en kwam het meisje zelf ook een stapje dichterbij. De geleidelijke vertrouwensband die ze zo opbouwden, was mooi om te zien. En een fijne ervaring, zowel voor het kindje als voor de mama. ’
Een ander aangrijpend verhaal gaat over een broer en zus die samen werden opgenomen na een zware huisbrand. ‘De zus was al aan de beterhand en kon dus spelen met de Cliniclowns. Haar broer lag echter nog gesedeerd aan de beademingsmachine. Toch kwamen de clowns telkens ook bij hem langs: dan zongen ze zachtjes een liedje en speelden ze een rustig deuntje op de gitaar. Wekenlang leek er geen reactie te komen… tot hij plots zijn duim omhoog stak. Helemaal ingepakt in verband gaf de jongen zo een teken van herkenning. Hij wilde duidelijk maken: ‘Ik hoor jullie, en ik geniet ervan.’ Dat moment was zó puur en ontroerend. Later, toen hij beter werd, kon hij eindelijk ook écht spelen met de clowns.’

Niets moet, alles kan
‘Bij een langere opname gaat de rol van de Cliniclowns veel verder dan enkel voor plezier of afleiding zorgen. ‘Ze worden echt deel van de therapie, een constante in het zorgtraject’, leggen Sarah en Leen uit. ‘Kinderen weten dan dat de clowns wekelijks langskomen, en zo ontstaat er een band. Voor ouders is het ook heel waardevol om hun kind gewoon even kind te zien zijn, te zien spelen en lachen. Dat brengt vaak evenveel opluchting voor hen als voor het kind.’
Het verschil met het zorgteam is groot. ‘Wij proberen natuurlijk ook af te leiden met speelgoed, attributen of woorden, maar we hebben altijd een agenda: we moeten pijn evalueren, wonden bekijken, vragen stellen. Kinderen voelen dat haarfijn aan, en zijn constant op hun hoede. De Cliniclowns daarentegen hebben maar één doel: contact maken, zonder achterliggende agenda. Er móet niets, maar er is wél heel veel mogelijk. Dat maakt wat ze doen bijna magisch.’
Samen sterk
‘In het centrum is er een maximumcapaciteit van 10 patiënten die tegelijkertijd kunnen opgevangen worden. 24/7 staat er voor hen een multidisciplinair team van zo’n 45 mensen klaar. Een groot team dus, maar noodzakelijk om continu zorg te kunnen garanderen. ‘Daarnaast kunnen we gelukkig ook rekenen op enkele externe partners’, vertellen Leen en Sarah. ‘Verenigingen zoals Oscare, Help Brandwonden Kids, Pinocchio of Stichting Brandwonden zorgen voor financiële steun, speelkampen voor brandwondenpatiëntjes, activiteiten of zelfs sinterklaascadeautjes. En zo zorgen de Cliniclowns ook voor iets wat we zelf niet kunnen aanreiken: een 1-op-1 contactmomentje waar spelen en kind-zijn centraal staat.’
Het psychosociale luik in de zorg is minstens zo belangrijk als de medische kant, willen Sarah en Leen nog meegeven. ‘We zijn enorm dankbaar voor alle instanties die ons helpen onze patiëntjes en hun ouders te geven wat wij alleen niet kunnen. De Cliniclowns spelen daarin een unieke rol. Zij brengen iets wat niet in cijfers of resultaten te vatten is, maar dat des te meer voelbaar is voor de kinderen én hun familie. En dat is van onschatbare waarde.’
